Zondag 12 april 2026 om 09.30Afsluiting winterwerk, thema: 'Groot is Uw trouw'Voorganger(s): Prop. E.A.M. van Felius uit Leerdam Tekst(en): Hebreeën 10: 19-39 Organist: Henk van Lagen en enkele gemeente leden
Zingt, zingt een nieuw gezang den HEERE,
Dien groten God, Die wond'ren deed! zijn rechterhand, vol sterkt' en ere, zijn heilig' arm wrocht heil na leed Dat heil heeft God nu doen verkonden; nu heeft Hij Zijn gerechtigheid, zo vlekkeloos en ongeschonden, Voor 't heidendom ten toon gespreid. Hij heeft gedacht aan Zijn genade, Zijn trouw aan Isrel nooit gekrenkt; Dit slaan al 's aardrijks einden gade, nu onze God Zijn heil ons schenkt. Juich dan den HEER’ met blijde galmen, gij ganse wereld, juich van vreugd! Zing vrolijk in verheven psalmen het heil, dat d' aard' in 't rond verheugt! Tien geboden (Sarah de Leeuw) OTH 250 Vaste rots van mijn behoud (vers 1 en 3) Vaste rots van mijn behoud, als de zonde mij benauwt, laat mij steunen op uw trouw, laat mij rusten in uw schaûw, waar het bloed door U gestort, mij de bron des levens wordt. Zie, ik breng voor mijn behoud U geen wierook, mirr’ of goud; moede kom ik, arm en naakt, tot de God, die zalig maakt, die de arme kleedt en voedt, die de zondaar leven doet. Gebed Schriftlezing uit HSV: (Lisanne van Ballegooijen) Hebreeën 10: 19-39 De belijdenis vasthouden 19 Omdat wij nu, broeders, vrijmoedigheid hebben om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, 20 langs een nieuwe en levende weg, die Hij voor ons heeft ingewijd door het voorhangsel, dat is door Zijn vlees, 21en omdat wij een grote Priester hebben over het huis van God, 22 laten wij tot Hem naderen met een waarachtig hart, in volle zekerheid van het geloof, nu ons hart gereinigd is van een slecht geweten en ons lichaam gewassen is met rein water. 23 Laten wij de belijdenis van de hoop onwrikbaar vasthouden, want Hij Die het beloofd heeft, is getrouw. 24 En laten wij op elkaar letten door elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken. 25 Laten wij de onderlinge bijeenkomst niet nalaten, zoals het bij sommigen de gewoonte is, maar elkaar aansporen, en dat zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen. 26 Want als wij willens en wetens zondigen, nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, blijft er geen slachtoffer voor de zonden meer over, 27 maar slechts een verschrikkelijke verwachting van oordeel en verzengend vuur, dat de tegenstanders zal verslinden. 28 Als iemand de wet van Mozes tenietgedaan heeft, moet hij sterven zonder barmhartigheid, op het woord van twee of drie getuigen. 29 Hoeveel te zwaarder straf, denkt u, zal hij waard geacht worden die de Zoon van God vertrapt heeft en het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht heeft en de Geest van de genade gesmaad heeft? 30 Wij kennen immers Hem Die gezegd heeft: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Heere. En verder: De Heere zal Zijn volk oordelen. 31 Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God. 32 Maar herinner u de dagen van weleer, waarin u, nadat u verlicht was, veel strijd in het lijden hebt verdragen. 33 Nu eens werd u zelf door smaad en verdrukkingen tot een schouwspel gemaakt, dan weer deelde u het lot van hen die zo behandeld werden. 34 Want u hebt ook medelijden gehad met mij, in mijn boeien, en de beroving van uw eigendommen met blijdschap aanvaard, in de wetenschap dat u voor uzelf een beter en blijvend bezit in de hemelen hebt. 35 Werp dan uw vrijmoedigheid niet weg, die een grote beloning met zich meebrengt. 36 Want u hebt volharding nodig, opdat u, na het volbrengen van de wil van God, de vervulling van de belofte zult verkrijgen. 37 Want: Nog een heel korte tijd en Hij Die komt, zal komen en niet uitblijven. 38 Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven, en als iemand zich onttrekt, Mijn ziel heeft in hem geen behagen. 39 Wij zijn echter geen mensen die zich onttrekken en daardoor naar het verderf gaan, maar mensen die geloven, tot behoud van hun ziel. WK 616: Uw Woord is een lamp voor mijn voet (2x) Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad. Uw Woord is een lamp, uw Woord is een licht, uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad. Inleiding op het thema: “ Groot is Uw trouw ” (Della Oskam) Collectes (Teun en Zoë helpen met collecteren): 1e Diaconie met bestemming ’HGJB’ 2e Kerk Psalm 37 vers 2 en 3 Stel op den HEER’ in alles uw betrouwen, Betracht uw plicht, bewoon het aardrijk. Leer uw welvaart op Gods trouw volstandig bouwen, verlustig u met blijdschap in den HEER’, dan zal Hij u in liefd' en gunst aanschouwen, u schenken, wat uw hart van Hem begeer'. Geen ijd'le zorg doe u van 't heilspoor dwalen, houd in uw weg het oog op God gericht, vertrouw op Hem, en d' uitkomst zal niet falen: Hij zal welhaast uw recht voor elks gezicht doen dagen als de morgenzonne stralen, en blinken als het helder middaglicht. Verkondiging met het thema: “ Groot is Uw trouw ” OTH 268 Dank U mijn Vader voor al Uw genade Dank U mijn Vader voor al uw genade, die U liefdevol geeft. Genade die heiligt, mijn hart heeft gereinigd, door Hem die in mijn leeft. U heeft mij in liefde aanvaard, die mijn hart veranderd heeft. U heeft mij rechtvaardig verklaard, Wat mij rust en vrede geeft. (Refrein) Al wat ik ben, dank ik aan Hem: aan Jezus’ liefde voor mij. Zolang ik besta, volg ik Hem na; krijgt Hij gestalte in mij. Laat mij verder groeien, laat vruchten opbloeien van uw heilige Geest. Maak mij overvloedig, standvastig en moedig, geef mij wat nog ontbreekt. Heer, werk met genade in mij: dat mijn hart U niet bedroeft. Heer, maak mij gehoorzaam en vrij: uw genade is mij genoeg (Refrein) Niet houdt mij tegen over te geven, aan U: Jezus alleen. U leidt mij door diepten; met krachtige liefde draagt U, mij erdoorheen. U heeft mij de liefde verklaard, die mijn hart veroverd heeft. U bent mijn bewondering waard: U bent alles waar ik voor leef! (Refrein 2x) Dankgebed en voorbeden Psalm 68 vers 13 en 17 Looft God in Zijn gemeent' alom, den HEER’, gij, die in 't heiligdom als Isrels kroost moogt naad'ren, Hoe vrolijk gaan de stammen op naar Sions Godgewijden top met Isrels achtb're vaad'ren. De vorsten van elks huisgezin, zij trekken aan: hier Benjamin, schoon klein, hij mocht regeren, daar Juda's stam, die glorie won, ginds Nafthali en Zebulon, om God, hun Koning, t' eren. Hoe groot, hoe vrees'lijk zijt G' alom uit Uw verheven heiligdom, aanbidd'lijk Opperwezen! 't Is Isrels God, Die krachten geeft, van Wien het volk zijn sterkte heeft. looft God, elk moet Hem vrezen. Zegen OTH 167 Zegen mij op de weg die ik moet gaan Zegen mij op de weg die ik moet gaan. Zegen mij op de plek waar ik zal staan. Zegen mij in alles, wat U van mij verlangt. O God, zegen mij alle dagen lang! (Refrein 1) Vader, maak mij tot een zegen; ga mij niet voorbij. Regen op mij met uw Geest, Heer, Jezus, kom tot mij als de Bron van leven, die ontspringt, diep in mij. Breng een stroom van zegen, waarin U zelf steeds mooier wordt voor mij. Zegen ons waar we in geloof voor leven. Zegen ons waar we hoop en liefde geven. Zegen om de ander tot zegen te zijn. O God, zegen ons tot in eeuwigheid! (Refrein 2) Vader, maak ons tot een zegen; hier in de woestijn. Wachtend op uw milde regen, om zelf een bron te zijn. Met een hart vol vrede, zijn wij zegenend nabij. Van uw liefde delend, waarin wij zelf tot bron van zegen zijn. Mocht u vragen, tips of tops hebben? Mail gerust naar Themadienst@hervormdzijderveld.nl |
| terug |
